Kiekendief

Blauwe kiekendief

Roofvogel met grote vleugelspanwijdte, plm 1.30m.
Het mannetje heeft opvallend veel blauwe veren, terwijl het vrouwtje veel op de bruine kiekendief lijkt, maar ze heeft een witte stuit. De blauwe kiekendief leeft van prooidieren die in de kraaiheide leven. In het frans, duits en engels geeft de benaming dat ook aan. In het frans is de naam: 'grand buzard de la bruyère'. 'Grand buzerd' is grote buizerd. De kiekendief is daaraan ook verwant en lijkt daar ook op. 'Bruyère' betekent 'heide'. In het duits wordt deze vogel 'Moorweihe' genoemd. 'Moor' betekend 'veen' en 'Weihe' is de duitse naam voor 'kiekendief'. In het engels heet deze vogel 'hen harrier'. In het engels en nederlands kennen
we het woord 'hen' en een 'harrier' is een 'kiekendief'.
Henachtigen zoals patrijzen en fazanten zijn prooidieren die zich thuis voelen op de heide.
Het is een typisch boreale soort die graag in de boreale kraaiheide-biotoop leeft. Hij is dan ook algemeen in Scandinavië en Schotland, terwijl hij in de rest van Nederland zeldzaam is.

Bruine kiekendief

Hij is in Nederland in moerasgebieden, gelukkig, weer algemeen. Hij is iets groter dan de blauwe kiekendief De landbouw werkt veel milieuvriendelijker, gebruikt minder gifstoffen en dat komt met name de roofvogelstand ten goede.
Op Terschelling hebben wij recentelijk wel 60 broedgevallen van de bruine kiekendief geteld, terwijl wij wel 40 broedgevallen van de blauwe kiekendief waarnamen; zo algemeen is hier op ons eiland de blauwe kiekendief.