Mossen

Sterretjesmos

Veenmos.
Mossoort die bodembedekkend groeit. Het is in feite een pionierplant, d.w.z. eersteling in de vegetatie. Het is een starter in de wereld van successie in de vegetatie. Successie is de opvolging van telkens hogere soorten, te beginnen met pioniersoorten die kale grond bedekken, opgevolgd door soorten die de veenmossen gebruiken als waardplant, gastheer. De waardplant is dan groeibasis.

Deze vaak hogere soorten gebruiken dit veenmos, onafhankelijk, symbiotisch, half symbiotisch of gebruiken dit veenmos voor hun vochthuishouding. Sterretjesmos kent twee bloeiwijzes, die elk één jaar bestrijken In elk van beide jaren vindt de bloei in de nawinter en het vroege voorjaar plaats. In het ene jaar bloeit het in de vorm van kleine rozetjes, in het andere jaar in de vorm van zeer dunne steeltjes met sporendoosjes. Deze steeltjes zijn slecht een halve millimeter dik.

Spagnum

Veenmos.
Ook dit mos is een bodembedekker. Het houdt veel vocht vast. In zeer vochtige klimaatgebieden kan dit mos wel vele decimeters dik worden. De vorm van de mosdelen doet denken aan minivarentjes.

Grijs kronkelsteeltje

Veenmos.
Dit is een typisch adventieve soort. D.w.z. dat deze soort is ingevoerd. Het is onbedoeld mee-
gekomen met natuurproducten uit Zuid-Amerika. Het is een fanatieke bodembedekker, gedijt zomaar op het kale zand. Het heeft de neiging inheemse pioniersoorten te overheersen, maar het heeft vooral voor korstmossen grote waarde als 'waardplant'. N.B. een 'waardplant' is gastheer voor andere plantensoorten.

Rendiermos

Korstmos.
Het heeft een mooie, zilvergroene kleur met een prachtige, geweiwormige, vertakkende structuur. Het is een boreale soort.

Elandsgeweimos

In de volksmond: zomersneeuw.
Korstmos.
Het heeft een genuanceerde, wit-zilvergroene, fijne structuur, hetwelk onder een vergrootglas goed zichtbare, vertakkende vorm heeft met opkrullende blaadjes.
Het doet denken aan het gewei van de eland.
Het lijkt op lichte sneeuw. Bij nat weer zwellen de blaadjes en vertakkingen op en verandert de kleur tijdelijk naar olijfgroen.

Bekermos en rooddragend bekermos

In de volksmond: roodbloeiend bekermos. Voor een rechtgeaarde bioloog is dit hetzelfde als 'vloeken in de kerk'. Deze zegswijze is wel tot de verbeelding sprekend.
Korstmos.
Met dit korstmos komt het symbiotische karakter van deze soort heel interessant naar voren. Immers een kortmos is een symbiose tussen een alg en een zwamvlok of, anders gezegd, een wier en een schimmel. Het vruchtlichaam van een zwamvlok of schimmel is de paddestoel. Welnu, in het bekermos ontwikkelt zich, vanuit het schimmelaandeel binnen de symbiose van het bekermos, een vruchtlichaam. Het is, als het ware, een paddestoel in het korstmos. Bekermos is zeldzaam. Een vruchtlichaam in het bekermos is iets zeldzaams in iets zeldzaams. Zeldzamer kan haast niet!

Geweimos

Korstmos.
Dit lijkt op het rendiermos, maar dit groeit epifitair, ofwel aangroeiend en halfsymbiotisch op takken en stammen van bepaalde bomen en struiken.

Baardmos

Korstmos.
Dit lijkt op geweimos, het groeit echter zeer fijn vertakkend en het doet denken aan baardhaar. Optimaal ontwikkeld, hangt dit korstmos in slierten van takken van o.a. sparren. Baardmos ontwikkelt zich het mooist in het 'nevelwoud', dus in een zeer vochtig klimaat. Nederland is eigenlijk te droog voor deze soort. Het is daarom bij ons zeer zeldzaam en als wij dit dan ook aantreffen, is dit kortmos zwak ontwikkeld. Het komt in Nederland maar op een paar plaatsen voor, waaronder op Terschelling.

Purpermos

Korstmos.
Blaadjesvormig epifitair groeiend korstmos, dat wel wat purperachtig verkleurt. Het heeft een boeiende structuur, vooral onder een vergrootglas goed waarneembaar.

Notabene

Korstmossen zijn, zoals uit het bovenstaande blijkt, helemaal geen mossen.
De Nederlandse taal is de enige West-Europese taal die mossen en kortmossen mos noemt, terwijl korstmos dus geen mos is.
Bijvoorbeeld: in het frans is 'mos', de la Mose; 'korstmos', du lichen.
in het engels is 'mos', mos; 'korstmos', lichen.
in het duits is 'mos', Mos; 'korstmos', Flechte.