Vegetatie

Kraaiheide

Naast de dopheide ofwel erica en onze 'huistuin-en-keuken'-heide, die heide van 'de grote stille heide', van 'het hutje op de heide' en van het 'heideroosje', die heide die in augustus zo mooi paars bloeit, namelijk de 'struikheide', hebben wij ook kraaiheide. Deze heide komt in Nederland voor tot de lijn Enschede-Zwolle-Alkmaar. Ten zuiden van die lijn is het klimaat in Nederland te warm voor de kraaiheide. Verder naar het noorden is deze heidesoort in Scandinavië en Schotland algemeen.

Cranberry

Is ook een heidesoort, netzoals de struik-, dop- en kraaiheide. Heide is een lage, bodembedekkende en in velden groeiende struik. Professor Holkema ontdekte in het midden van de 19e eeuw de 'cranberry op Terschelling. Hij noemde deze struik de 'lepeltjesheide'.
De blaadjes,vooral aan de ranken, doen, met enige fantasie, denken aan lepeltjes.
Hij bloeit in mei en juni. De bloemetjes lijken op kopjes van de kraanvogel.
De engelse naam voor 'kraanvogel' is 'crane'. Vandaar de benaming 'craneberry'. Dit is in het engels naar 'cranberry' verbasterd. De kleur is zacht wit-rose.
De bessen zijn vanaf september rijp.
De bessen worden met oogstkammen geoogst. Dit zijn bakjes, die aan de voorkant open zijn.
De bodem bestaat uit pennen, die op iets minder dan besgrootte van elkaar staan.
Zo kunnen bij het oogsten de takken van de struik er tussendoor, terwijl de bessen in de bak achterblijven.

Orchideeën

Volksbenaming voor orchissen.
De wetenschappelijke benaming is dus orchis.
Ze hebben met orchideeën gemeen dat ze van rottend materiaal leven. In ons geval is dat zure humus. Ze ontwikkelen zich vanuit knolletjes in de geomorfologische bovenlaag.
Dit laatste is de bovenlaag van de aardkorst, waarin leven voorkomt en door dit leven wordt verrijkt, bemest en, min of meer losse structuur verkrijgt.
Sprekend voor voorkomen en eigenschap van de orchis is de volksbenaming van de 'harlekijn', namelijk: 'papekloten'. Deze volksbenaming wordt vooral op Ameland, maar ook op Terschelling, doodernstig gebruikt. De kleur is paars, de kleur van het gewaad van een katholiek priester en de twee knolletjes zijn dan de ballen ofwel kloten.
De eerste soorten beginnen in april te bloeien, met name de 'harlekijn', ik hou het nu maar even netjes. De laatste soorten zijn de 'muggenorchis' en de 'breedbladige orchis'. Tot voor kort stond deze variant ook wel bekend onder de naam 'breedbladige wespenorchis'. Wetenschappelijk is kortgeleden echter aangetoond, dat wespen niet tot in de hoorn van de bloem kunnen doordringen. Vooral in mei en juni bloeien de opvallendste en mooiste soorten, zoals de gevlekte en even later de welriekende orchis. Vooral de gevlekte orchis kan massaal in velden, bloeiend voorkomen, soms wel bij tienduizenden tegelijk; terwijl de welriekende orchis dan bij honderden tegelijk tussen de gevlekte orchissen staan. Daartussen bloeien ongeveer tegelijkertijd met de welriekende orchis, de moeraswespenorchis. Deze is wat zeldzamer en groeit en bloeit op vochtige plekken, vaak bij tientallen tegelijk.
De gevlekte orchis is mooi zachtroze met een prachtig vlekkenpatroon op, zowel het stengelblad als de bloem. De welriekende orchis is gebrokenwit en is een nachtgeurder. Hij geurt zoet in een omgeving van een kubikemeter.
De moeraswespenorchis is erg mooi vanwege zijn zachtroze, genuanceerde kleur, vorm en bloei.
Ook de dennenorchis is vermeldenswaard. Hij komt, zoals de naam al aangeeft, voor in de buurt van dennen. Hij is plaatselijk algemeen, iel, klein en gebroken wit.
We kunnen zo nog wel l5 varianten bespreken. Ze komen allen voor op Terschelling.
Terschelling en Zuidlimburg zijn zogenaamde 'gidsgebieden' van Nederland.
Zuidlimburg en Terschelling strijden beide voor de eerste plaats in Nederland.
De varianten, die wij hier hebben besproken, zijn voor leek en amateurbioloog gemakkelijk te ontdekken en daar gaat het bij ons om.
Wilt u een volledig overzicht, dan bestaat daar genoeg literatuur over in de vorm van plantenboeken en flora's.
Geel walstroo
Korrelige, gele, samengestelde bloei (geen composiet ofwel samengesteld bloemige), buitengewoon heerlijk geurend, bloeiend vanaf juni tot in de vroege herfst.

Morgenster

Bloeit hoofdzakelijk in de zomer. De bloem opent zich na zonsopgang en sluit zich in de middag. De groene knopbladeren vormen een ster rondom de basis van de samengesteldbloemige bloei. 's Middags is de bloem door de knopbladeren uivormig ingepakt.
Deze soort behoort tot de familie der samengesteldbloemigen ofwel composieten, net zoals b.v. paardenbloemen.

Parnassia

Zeer zeldzaam, op Terschelling plaatselijk algemeen.
Prachtige, witte bloem met honingmerken op de kroonbladeren.
Deze honingmerken vormen een mooi lijnenspel, die insecten, als het ware, de weg wijzen naar de nectar.
Bloeit 's zomers tot in de herfst.
Draadgentiaan
Zeer zeldzaam. Op enkele plekken op Terschelling, plotseling, zeer plaatselijk, tamelijk veel voorkomend en dan alleen op plekken, waar sprake is van verstoring van de geomorfologische bovenlaag. Dat is de bovenlaag van de aardkorst, waarin de grond door planten en kleine dieren is gepenetreerd, losgewoeld en bemest.
Het plantje is erg iel, heeft een heel klein wit bloempje en een steeltje van een halve millimeter dik en hoogstens twee centimeter lang. Het bloempje is een van de kleinste bloempjes van Nederland, onder een vergrootglas te zien, plm. één kubieke millimeter groot.

Zonnedauw

Vleesetende plant.
We onderscheiden het 'klein rondbladig zonnedauw' en het 'groot rondbladig zonnedauw'. Zonnedauw groeit op uiterst zure en onvruchtbare grond. Het gemis aan voeding via de bodem wordt gecompenseerd door opname van eiwit van insecten.
Het bloempje is wit en net zo klein als dat van de draadgentiaan, het steeltje net zo dun en lang.
Klokjesgentiaan
Zeer zeldzaam. Kelkvormige, rechtopstaande, prachtige, feldiepblauwe bloem.
Kan zich alleen vermenigvuldigen, door bestuiving via het gentiaanblauwtje. Deze laatste is een zeer zeldzame, in Nederland zogoed als geheel uitgestorven vlinder.

Gagel

Struik, die plaatselijk massaal in moerassen voorkomt.
Bloeit in het vroege voorjaar prachtig bruinachtig rood. De vrucht lijkt op kleine katjes, is korrelig en geurt erg lekker en kruidig. Het blaadje heeft, wat minder, dezelfde geur.
De Terschellinger volksbenaming is: hopriesen. De Terschellinger volksbenaming voor kruipwilg is: riesen.
Vermoedelijk zal de gagel in de middeleeuwen gruitriesen hebben geheten.
Toen gruitte men het bier. Het gerstenat liet men toen door middel van kruiden ofwel gruiten gisten.
Nu doen wij dat met hop, vandaar de benaming: hopriesen.